Bienvenue sur le site de Christos Doulkeridis
doulkeridis.be
qui suis-je ?
calle transparente
dossiers
calle transparente
projets
calle transparente
vos questions
calle transparente
se rencontrer
calle transparente
mon décodeur
calle transparente
liens
calle transparente
radio/TV
calle transparente
coups de sang
calle transparente
coups d’coeur
calle transparente
lu en kiosque
calle transparente
politico-dico
calle transparente
ecolo-dico
calle transparente
testé pour toi
calle transparente
                   
                   
                   
logo ecolo                  
Een groter Brussel zal meer liefde krijgen
|


Voici un article paru dans le journal "De Standaard" du 15 septembre 2007 qui interroge des femmes et hommes politiques bruxellois (dont moi) sur Bruxelles.

Brussel wordt gewurgd en geminacht. En dat is vooral de schuld van de Vlamingen uit Vlaanderen. Maar er is een oplossing : Brussel uitbreiden.
Het gaat alweer maanden over Vlamingen en Franstaligen, de rand en de bevoegdheden van de twee grote gewesten, ’alsof daar niets tussenin ligt en Brussel niet bestaat’, zegt Karine Lalieux (PS), schepen in de stad Brussel en federaal parlementslid, vol bittere ergernis. Bij alle virtuele denkoefeningen over de splitsing van België dreigt Brussel bovendien het kind van de rekening te worden. Alsof het land, en vooral Vlaanderen, Brussel niet meer nodig heeft. ’Terwijl Brussel meer dan wat ook het beeld van België is en uitdraagt’, zegt Lalieux. Of is het precies daarom ?

In Brussel wonen de meest Belgische Belgen, misschien de laatste echte Belgen, zeggen Franstalige Brusselse politici. Het stelt hen voor prangende vragen : hoe moet het verder met de hoofdstad als schakelbord van het land ? Hoe kan Brussel de crisis in zijn onderwijs aanpakken, zijn migrantenjeugd scholen, zijn onopgeleide jeugd aan het werk krijgen, zijn wachtlijsten voor zieken en bejaarden verkorten, met grote projecten een beeld voor zichzelf en de buitenwereld boetseren ?

Een rondgang langs de politieke klasse van Brussel leidt naar vele grote stadhuizen. Hun grandeur spreekt voor de grootsheid van de stad - en voor de traditie om de macht in Brussel niet te veel te centraliseren. Karine Lalieux (PS), schepen van Reinheid en Informatica, betrekt een bureau in de gotische parel van het stadhuis op de Grote Markt. Nathalie Gilson (MR), schepen van Stedenbouw en Leefmilieu in Elsene, houdt kantoor in een romantisch palazzo, dat uitziet op de overdekte patio van het gemeentehuis van Elsene. Grandiozer zijn de salons die Bernard Clerfayt (FDF), de burgemeester van Schaarbeek, betrekt, op de eerste verdieping van een neo-Vlaams renaissancepaleis aan de kop van de centrale boulevard door Schaarbeek.

Warboel

De mythe van het slechte bestuur van Brussel, zegt Clerfayt, is vooral een Vlaams vooroordeel. ’Net als het idee dat Brussel een institutionele warboel is omdat de Brusselaars geen fusie van de gemeenten hebben gewild. Vroeger was Brussel voor de Vlamingen te wantrouwen omdat het een te francofone stad was, nu omdat het een te kosmopolitische stad is.’

Vanuit het residentiële Vlaanderen is Brussel altijd ’het vreemde’ geweest, zegt Clerfayt. In Waals-Brabant is het gevoel over Brussel niet anders. Voor de Vlamingen kwam daar nog de aversie voor ’de francofone arrogantie’ bij. ’Dat zou ook op mij moeten slaan, maar ik voel mij helemaal zo niet. Het maakt mij niet ziek als er in Schaarbeek meer Vlamingen komen wonen.’ Integendeel : Clerfayt heeft een Nederlandstalige bibliotheek geopend en organiseert er op 11 juli een feest. ’En ik heb in de gemeenteraadsverkiezingen de meeste Vlaamse stemmen van alle kandidaten gekregen.’ Om maar te zeggen dat Clerfayt niet in de voetsporen is getreden van zijn voorganger, de beruchte Roger Nols.

Door zijn kleinstedelijke karakter begrijpt vooral Vlaanderen slecht de grootstedelijke evolutie die Brussel heeft doorgemaakt. Clerfayt : ’Brussel is de laatste twintig jaar verpauperd. Het gemiddelde inkomen van Brussel was het hoogste van het land, nu ligt het net boven het gemiddelde Waalse inkomen.’ Wat Brussel economisch handicaps oplegt : de toestroom van ongeschoolde niet-Europese migranten, torenhoge werkloosheid, een onaangepaste economische ontwikkeling, slechte huisvesting. Gecombineerd met een veel te krappe financiering van de hoofdstad.

Dat blijft pijnpunt nummer één, zegt Christos Doulkeridis (Ecolo), de voorzitter van de Franse gemeenschapscommissie, aan de telefoon uit Athene. ’En het is de paradox van Brussel : hier wordt de grootste welvaart per hoofd van het land gegenereerd, via 680.000 banen. Maar die welvaart verdwijnt uit Brussel en gaat in de zakken van de 370.000 Vlaamse en Waalse pendelaars. Brussel is dus zeer rijk maar kan zelf veel te weinig profiteren van die rijkdom.’

’Het is een vicieuze cirkel’, zegt Doulkeridis, ’omdat de cijfers over de rijkdom van Brussel gebruikt worden door de federale overheid om Brussel minder te financieren.’ Brussel krijgt niet het geld dat een hoofdstad nodig heeft. Eigenlijk is dat een communautaire discussie.

’Men houdt niet van Brussel’, zegt Lalieux. Vervang die ’men’ maar door ’de Vlaamse politici’. ’Au fond erkennen de Vlaamse politici Brussel niet als een apart gewest, dat recht heeft op een eigen parlement en regering. Alle Franstalige partijen erkennen dat recht wel. Maar veel Vlaamse politici vinden blijkbaar nog altijd dat Brussel beter bestuurd kan worden door de federale overheid dan door de Brusselaars zelf.’

Met de Brusselse Vlamingen stellen de Franstaligen het goed. ’Een minister als Pascal Smet (SP.A) draagt zeer veel bij tot Brussel’, zegt Lalieux. ’En ook met de Vlaamse schepen in Brussel, Steven Vanackere, is er geen enkel probleem. Maar het Vlaanderen dat Brigitte Grouwels vertegenwoordigt, een op zichzelf gericht en identitair Vlaanderen, dat kan ik helemaal niet delen.’

’Wij vragen geen volledige herfinanciering. Wij vragen erkenning van de rol die Brussel speelt en voor wat Brussel bijdraagt.’ Als internationale hoofdstad. En als pendelstad, die openbaar vervoer, wegen en infrastructuur aanlegt voor pendelaars. Pendelaars die ervandoor gaan met het geld dat ze in Brussel verdienen.

Vraag de Franstalige politici niet of het Brussels Gewest, samen met meer federaal geld, ook meer bevoegdheden nodig heeft, zodat het beter gewapend is om zijn grootstedelijke problemen aan te pakken. Dat is een te Vlaamse redenering. Brussel heeft geen enkele nood aan institutionele hervormingen en meer zelfbeschikkingsrecht, zeggen de politici unisono. ’In Brussel gaat het niet over meer autonomie, het gaat over meer samenwerking’, zegt Clerfayt. ’De grenzen van Brussel blijven een probleem.’

Brussel moet meer en beter samenwerken met de Franstalige Gemeenschap (zoals voor onderwijs en andere ’persoonsgebonden materies’, vindt de MR), maar vooral met de Vlaamse regering, in kwesties als mobiliteit en werkgelegenheid. Gemeenten aan beide kanten van de gewestgrens beconcurreren elkaar al te vaak : kantoren in Woluwe (Brussel, nvdr) staan leeg omdat Diegem (Vlaanderen, nvdr) zijn belastingen op kantoren met 25 procent heeft verlaagd, Brussel mag geen tram naar Vilvoorde aanleggen omdat zoiets in de ogen van de Vlamingen neerkomt op een poging tot ’annexatie’. ’Die concurrentie is totaal idioot’, zegt Clerfayt. ’Brussel verliest, terwijl de gewesten samen moeten opboksen tegen de internationale concurrentie.’

Dat het zoveel jaren duurt vooraleer de VDAB en de Brusselse tegenhanger Actiris het banenaanbod uitwisselen, ondanks de schaarste op de Vlaamse arbeidsmarkt en de 90.000 Brusselse werklozen, ligt volgens Karine Lalieux aan ’de vooroordelen en stereotypen die in Vlaanderen over Brussel leven. Ik voel een totaal onbegrip. De Vlaamse pers draagt een grote verantwoordelijkheid : al jaren hangt ze dat vernederende beeld op van Brussel en van de Franstaligen.’ Lalieux leest zelden Vlaamse kranten, geeft ze toe, ze leest vooral in de Franstalige pers hoe de Vlaamse pers clichés hanteert.

Maatpak

De grenzen van Brussel : voor de Franstalige politici is er geen ontkomen aan de discussie. Brussel zit gekneld. Zijn in de rand van Brussel de oplossingen te vinden voor de vele afvallers in het Brusselse technische en beroepsonderwijs, de werkloosheid, de wachtlijsten ? De politici zuchten.

’In Brussel is alles met alles verbonden wegens het communautaire karakter’, zegt Nathalie Gilson. ’Talloze dossiers in het Brussels Gewest worden geblokkeerd door de communautaire tegenstelling’, zegt Clerfayt. Als de rand opgelost wordt, zal over heel Brussel sereniteit neerdalen. ’En als de sereniteit in Brussel terugkeert, zullen de communautaire spanningen in het hele land tot rust komen’, zegt Gilson.

Wat voor de Vlaamse partijen ’onbespreekbaar’ is, is voor de Franstalige politici ’een evidentie’ : Brussel moet uitgebreid worden. Het hoofdstedelijk gewest moet het liefst zo groot zijn als ’zijn economische realiteit’, zeggen de politici van alle partijen.

’Laten we geen taboes hebben’, luidt de oproep van Lalieux. ’Ik ben geen fetisjist’, zegt Doulkeridis. ’Als je objectief kijkt, is het evident dat Brussel moet worden uitgebreid. De stad moet met haar hinterland verbonden worden. Elke sociaaleconomische studie zal dat bevestigen. Dat heeft niets te maken met symbolen of taalkundige kwesties. Laten we daar even abstractie van maken, al besef ik ook dat symbolen niet uit de politiek weg te denken zijn. Maar als men mij kan bewijzen dat ook maar één Vlaming één gram geluk bij zou winnen door B-H-V te splitsen, dan zou ik een splitsing het overwegen waard vinden.’

’De grenzen blijven een probleem omdat ze in 1962 niet goed opgelost zijn’, zegt Clerfayt. ’De taalgrens is vastgelegd op basis van historische, vooroorlogse gegevens, en er blijft ambiguïteit over het al dan niet permanente karakter van de faciliteiten. Geen enkele Franstalige vraagt de mogelijkheid om Brussel permanent uit te breiden. Maar laten we dat nu voor eens en voor altijd vastleggen met heldere criteria.’

De vraag rijst hoe de uitbreiding met de zes faciliteitengemeenten een arme Franstalige Brusselaar uit Molenbeek ten goede kan komen. ’Als je de splitsing van B-H-V niet laat samengaan met een uitbreiding van Brussel, dan maak je van Brussel op termijn een vreemde francofone enclave in Vlaanderen’, zegt Gilson. ’Dat zal Brussel wurgen. Want die splitsing is maar een etappe in een almaar voortdurend proces van regionalisering. Vele inwoners in de faciliteitengemeenten voelen zich Brussels. Die faciliteitengemeenten maken deel uit van de identiteit van Brussel. B-H-V splitsen is als een deel van het bewustzijn en de identiteit van Brussel amputeren.’

Organiseer in de brede rand rond Brussel een referendum, suggereert Clerfayt. ’Wie wil bij Brussel ? Ik wil niet de arrogantie hebben dat mijn argument beter is. Laat ieder voor zich kiezen.’

Hoe groot moet of kan Brussel dan worden ? De MR wil alvast de zes faciliteitengemeenten bij Brussel. Maar dat is bezwaarlijk het hele economische hinterland van Brussel. ’Sommige studies leggen de grenzen ruim en wijzen naar 35 gemeenten’, zegt Doulkeridis (de oppervlakte van B-H-V, nvdr). ’Nu we toch bezig zijn : er bestaan zelfs studies van 62 gemeenten’, zegt Clerfayt, met enige ironie.

Het Brussel van de 35, of beter nog, dat van de 62 : het is een dagdroom waard in een statig Brussels gemeentehuis. Wellicht heeft het mega-Brussel evenveel kans op slagen als de splitsing van België, geeft Gilson toe. ’Wat als we Brussel nu eens opnieuw uitvonden ? Wat als we de wereld opnieuw uitvonden ?’

Karel Verhoeven

Een groter Brussel zal meer liefde krijgen

Tourisme :
L’Odyssée des mineurs grecs
Votre question : Où en est le projet de réduction des droits d’enregistrement à Bruxelles ?
UN ACCORD DURABLE ET RESPONSABLE POUR BRUXELLES
Séance de dédicace de mon livre à la Foire du Livre de Bruxelles
Salon de l’auto : calculez bien avant de faire votre choix
Le "contrat de squat privé" : une première
"UN TOUT NOUVEAU VIRAGE A NEGOCIER" (LE SOIR)
ELECTIONS REGIONALES 2009 : HUYTEBROECK ET DOULKERIDIS EMMENERONT LA LISTE ECOLO A BRUXELLES
"LA CITOYENNETE DANS LE RESPECT MUTUEL"
BRUXELLES : ECOLO VEUT ACCELERER LES REFORMES
>